Lopende wetenschappelijke onderzoeken op het gebied van pijn:

Groot nationaal pijnonderzoek

Er is nog veel onbekend over hoe pijn precies werkt. Onderzoekers van het Radboudumc gaan uitzoeken hoe pijngevoelig Nederland is. Samen met De Kennis van Nu en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) lanceren zij het Groot Nationaal Onderzoek (GNO) naar pijn. Lees meer.

Speel de pijn: de fantoompijn spelen

GAPP – De pijn spelen

Voor een buitenstaander is het een bijna onvoorstelbare situatie: de amputatie van een lichaamsdeel – na een ongeval, na ziekte, na de operatie. Veel dingen spelen hier opeens een cruciale rol. Hoe gaat de betrokken persoon om met de situatie, zowel fysiek als mentaal? Hoe gaat hij om met de mogelijk visuele vlek? Hoe zit het met het beroep, kan hij het nog uitoefenen of moet hij op zoek naar een nieuwe baan?

Dit zijn slechts enkele van de meer specifieke problemen die zich voordoen, afhankelijk van de statistieken en het soort amputatie in meer dan 50 procent van alle gevallen: fantoompijn. Ze variëren van een licht tintelend gevoel tot hevige pijn en leiden vaak tot het feit dat het dagelijks leven en de participatie van de getroffenen bij normale activiteiten ernstig beperkt zijn.

Het succes van de klassieke behandeling is vaak laag

Een probleem is fantoompijn, ook met betrekking tot de postoperatieve zorg, omdat hier tot nu toe weinig aandacht aan besteed wordt. Gewoonlijk worden alleen de directe, fysieke effecten van de getroffenen behandeld – medicijnen worden gebruikt om de pijn te verlichten in een deel van het lichaam dat niet langer bestaat. De kosten van een dergelijke behandeling zijn hoog – en het succes laat bijna altijd iets te wensen over.

Het project GAPP, een afkorting voor ‘Gamification Against Phantom Pain’, wil daar verandering in brengen. Achter het project staat een netwerk van Kaasa Health GmbH uit Düsseldorf samen met KSG Klinik-Service-Gesellschaft mbH uit Keulen. Vertaald, de titel van het project betekent zoiets als: Het spelen van de fantoompijn, en daar draait het allemaal om – letterlijk. Concreet vertrouwt het project op innovatieve technologieën zoals trainingsprogramma’s in virtual reality. Ze zijn niet alleen veel goedkoper dan de alternatieve, momenteel bestaande behandelingsopties, maar ook vrij van bijwerkingen, hebben geen recept nodig en laten in de praktijk de betere resultaten zien.

Help via virtual reality

Een belangrijke rol speelt de integratie van op computerspellen gebaseerde elementen. Ze helpen de motivatie en betrokkenheid van de betrokkenen met betrekking tot de therapie te vergroten en zo hun succes op lange termijn te garanderen. Het centrale doel van het project is om het prototype van een behandelmodule te ontwikkelen die aantoonbaar patiënten met fantoompijn helpt met zijn virtuele realiteit en op computerspellen gebaseerde componenten.

De deelnemers zijn begonnen aan de eerste fase van het project. Door middel van interviews met patiënten en therapeuten worden de vereisten voor een dergelijke module ontwikkeld in termen van structuur en inhoud. In een tweede stap wordt een prototype ontwikkeld, vervolgens getest en uiteindelijk onderzocht door de therapeuten in de deelnemende klinieken om te bepalen of het in de praktijk werkt en ook door de patiënten wordt geaccepteerd.

“Playing the Pain Game: Gamified Virtual Reality voor de behandeling van patiënten met fantoompijn na arm- en beenamputaties.” Wat een paar jaar geleden op sciencefiction leek, zou nu snel realiteit kunnen worden dankzij technologische vooruitgang en EFRO-ondersteuning, waardoor het leven van veel patiënten aanzienlijk wordt verbeterd.

Meer informatie over het project

Feiten en cijfers
873.327 euro Totale investering
waarvan:
436.664 euro EFRO-subsidies
84.082 euro NRW staatsfondsen

projectpartners
Kaasa Health GmbH
KSG Clinic Service Company mbH

looptijd
01.10.2015 – 30.09.2018

Capnografie: aanvullend onderzoek bij chronische nek-of rugklachten

Binnen de populatie van patiënten met nek-of rugklachten is een subgroep te onderscheiden bij wie de klachten te verklaren zijn op basis van een disfunctionele ademhaling.
Lees meer

Stichting Pijn-Hoop is penvoerder van het project ’Kwaliteit van leven als één geheel’.

Het Samenwerkingsverband Pijnpatiënten naar één stem, is een van de deelprojecten van dit project. Via de website van het Samenwerkingsverband Pijnpatiënten naar één stem wordt informatie verstrekt over chronische pijn. Stichting Pijn-Hoop reikt informatie aan voor deze website, net zoals alle andere deelnemende organisaties dat kunnen doen. Onze stichting levert een vertegenwoordiging in de stuurgroep van dit Samenwerkingsverband en ook voor de stuurgroep van het project Zorgstandaard Chronische Pijn.

Sensitisatiemodel voor Fybromyalgie

Het Pijnkenniscentrum van het UMCG doet onderzoek naar de bruikbaarheid van het sensitisatiemodel bij patiënten met fibromyalgie. In dit onderzoek wordt samengewerkt met de Nederlandse Vereniging voor Fibromyalgiepatiënten.

Diagnostiek aangezichtspijn

Het UMCG doet in samenwerking met de afdeling Mondheelkunde van het UMCG onderzoek naar de diagnostiek van aangezichtspijn. Met name de waarde van het gebruik van kortwerkende farmaca wordt in kaart gebracht.

Onderzoek naar zelfmanagement bij chronische pijn

SOLACE onderzoek naar zelfmanagement bij chronische pijn
Looptijd: 1 januari 2015 – 31 december 2016, verlengd tot 1 mei 2017
Betrokken lector: Harriet Wittink
Betrokken onderzoekers: Stefan Elbers en Jan Pool

Chronische pijn is een groot, complex en duur probleem en heeft een forse impact op kwaliteit van leven, dagelijks functioneren, stemming en ziekteverzuim. Een deel van de patiënten komt uiteindelijk terecht in een chronische pijnrevalidatie programma, waarbij het leren omgaan met de chronische pijn voorop staat. Aanleiding voor het onderzoeksproject SOLACE is het probleem dat bij een deel van deze patiënten na verloop van tijd sprake is van terugval van de behandelresultaten en terugkeer van de ervaren klachten. Bij een aantal revalidatiecentra in Nederland bestaan vragen over de effectiviteit van de gegeven chronisch pijn programma’s op de lange termijn. De onderzoeksvraag luidt `Wat is het lange termijneffect van een chronisch pijnprogramma en zijn er strategieën te ontwikkelen om terugval te voorkomen?’.

Het doel van het onderzoek is dan ook het ontwikkelen en samenbrengen van kennis en kunde op het gebied van zelfmanagement en chronische pijn revalidatie.

De onderzoeksvraag valt in twee delen uiteen:

Wat zijn de lange termijneffecten van chronische pijnrevalidatie en welke klinische kenmerken hebben patiënten die een terugval ervaren?
Welke strategieën zijn er te ontwikkelen ter ondersteuning van zelfmanagement na het volbrengen van een chronisch pijnprogramma?
Het onderzoek valt in vier onderdelen uiteen:

Retrospectieve survey 
Om een antwoord te vinden op deelvraag 1 wordt een retrospectieve survey naar de effecten van pijnrevalidatie, mate van zelfmanagement en het percentage terugval op 6 maanden uitgevoerd. Deze survey vindt plaats bij de betrokken revalidatiecentra onder alle patiënten die een chronische pijnrevalidatie programma hebben afgesloten. Volgens het protocol vullen deze patiënten na 3 en na 12 maanden na de start van de revalidatie een korte vragenlijst in. Voor dit onderzoek wordt gevraagd ook na 6 maanden na afloop aan een meting mee te doen. Hierbij wordt gebruikt gemaakt van de Nederlandse Dataset Pijnrevalidatie, aangevuld met de Pain Self-Efficacy Questionnaire (PSEQ) en de Illness Perception Questionnaire (short version).

De data die tot nu toe zijn verzameld, blijken echter voor een deel incompleet, vervolgdata ontbreken. Het is lastig om deze dataset te gebruiken voor effectstudies, omdat er meerdere redenen zijn waarom de dataset niet volledig is (logistieke proces, vragenlijsten niet gestuurd, geen respons, etc.). Het kost extra tijd om de missing data en de redenen hiervoor te achterhalen. Het streven blijft om aan het eind van het project een analyse te hebben gedraaid en de resultaten te rapporteren. De inclusie loopt daarom door tot december volgend jaar.

Systematic review
Het systematisch literatuuronderzoek naar de effecten van de pijnrevalidatie, de vraag waarom patiënten terugvallen, en mogelijke voorspellers hiervoor verloopt volgens planning.

De zoekopdrachten zijn uitgevoerd, het protocol is ingediend en gepubliceerd. Door de gekozen definitie van zelfmanagement, gekoppeld aan chronisch pijn, zijn er vrij veel artikelen overgehouden, namelijk 90 titels. De inhoud is niet uit de abstracts is te halen, daarom worden full tekst artikelen gelezen. Twee studenten van de bachelor fysiotherapie zijn hierbij betrokken. Het streven is de review voor de zomer gereed te hebben.

Co-design
Om inzicht te krijgen in alle aspecten die bij de revalidatie en in de thuissituatie een rol spelen, zijn het afgelopen jaar verschillende activiteiten ondernomen: co-design sessies met de onderzoekers van het consortium en met de professionals van Adelante en MUMC+ en de interviews met 10 professionals en met 10 patiënten. Gezocht is naar de achterliggende redenen die de terugval mogelijk hebben veroorzaakt en naar methoden die behulpzaam zouden kunnen zijn om dergelijke terugval te voorkomen. De gegevens zijn geanalyseerd en geclusterd in diverse thema’s.
Vervolgens heeft een groep van 60 studenten van de minor Co-Design Studio en de master Innovation in European Business de opdracht gekregen op basis van deze gegevens interventie strategieën te ontwerpen. In 3 weken hebben de studenten in drie fases interventies ontwikkeld en meteen getest. De eerste twee testen vonden plaats bij willekeurige passanten in Hoog Catharijne en tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven. Aan hand van de reacties zijn de interventies verder doorontwikkeld. De laatste test vond op 26 oktober plaats tijdens de informatiemarkt bij Adelante in Hoensbroek. De uiteindelijke resultaten zijn op 29 oktober gepresenteerd aan het SOLACE-consortium.

Als volgende stap in co-design traject is een co-design sessie gepland op 3 februari 2016. Op basis van alle kennis waarover we nu beschikken, worden een aantal richtingen voor interventies uitgezet. Drie studenten gaan hiervoor een gebruikersonderzoek doen. Eventueel kan worden gedacht aan een mini pilot, om de interventie uit te proberen bij aantal mensen, echter uitsluitend kwalitatief. Op basis van de resultaten wordt in een vervolg sessie met het consortium en experts één interventie, of een combinatie van elkaar versterkende interventies, gekozen en ontwikkeld die testbaar is in de pilot.

Pilot
Om een antwoord te krijgen op de vraag of de ontwikkelde strategieën effectief zijn in het terug brengen van het percentage terugval wordt een pilot uitgevoerd. Deze pilot wordt in het tweede jaar uitgevoerd.
Consortium partners

Hogeschool Utrecht: Lectoraten Leefstijl en Gezondheid, Co-Design en Crossmediale communicatie in het publieke domein
Revalidatiecentra Adelante (Hoensbroek) en MUMC+ (Maastricht), Universiteit Maastricht
Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF)
Samenwerkingsverband Pijnpatiënten naar één stem, waarbij een groot aantal patiëntenverenigingen zijn aangesloten.
Raadpleeg voor meer informatie de projectsite Solace.

Financiering
Het onderzoek wordt gefinancierd door Sia-RAAK Publiek

Experimenteel neuropathisch pijnmodel

In samenwerking met Top Instituut Pharma, het Universitair Centrum Psychiatrie van het UMCG, het Neuro Imaging Instituut, Organon b.v. en de Universiteit van Oxford wordt gezocht naar een experimenteel neuropathisch pijnmodel. Dit onderzoek is een voortzetting van lopend onderzoek naar kwantitatief sensorische aspecten van neuropathische pijn.

Chronische rugpijn en CRPS en Bewegen

Het UMCG doet in samenwerking met het Centrum voor Bewegingswetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen onderzoek  naar de effecten die chronische rugpijn en CRPS I hebben op het voorstellen van het bewegen van het eigen lichaam

Effecten neuromodulatie bij Angina Pectoris

Het Pijnkenniscentrum  vna het UMCG neemt deel aan het landelijk onderzoek naar de effecten van neuromodulatie bij angina pectoris.

Cognitief-gedragsmatige groepsbehandeling ’Leren leven met pijn’

Het Pijnkenniscentrum van het UMCG heeft een cognitief-gedragsmatige groepsbehandeling ’Leren leven met pijn’ ontwikkeld voor patiënten met chronische pijn. Er wordt onderzoek gedaan naar de effecten van deze groepsbehandeling. In dit onderzoek wordt samengewerkt met de afdeling Psychologie van de Rijksuniversiteit Groningen en GGZ Friesland.

Psychologische behandeling en mensen met chronische pijn

Het Pijnkenniscentrum van het UMCG doet onderzoek naar de effecten van psychologische behandeling in de eerste lijn bij patiënten met chronische pijn.